NL: besnuffelenSynoniemen: besniffelen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
besnuffeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik besnuffel jij besnuffelt hij besnuffelt wij besnuffelen jullie besnuffelen zij besnuffelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb besnuffeld jij hebt besnuffeld hij heeft besnuffeld wij hebben besnuffeld jullie hebben besnuffeld zij hebben besnuffeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik besnuffelde jij besnuffelde hij besnuffelde wij besnuffelden jullie besnuffelden zij besnuffelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had besnuffeld jij had besnuffeld hij had besnuffeld wij hadden besnuffeld jullie hadden besnuffeld zij hadden besnuffeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal besnuffelen jij zult besnuffelen hij zal besnuffelen wij zullen besnuffelen jullie zullen besnuffelen zij zullen besnuffelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal besnuffeld hebben jij zult besnuffeld hebben hij zal besnuffeld hebben wij zullen besnuffeld hebben jullie zullen besnuffeld hebben zij zullen besnuffeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou besnuffelen jij zou besnuffelen hij zou besnuffelen wij zouden besnuffelen jullie zouden besnuffelen zij zouden besnuffelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou besnuffeld hebben jij zou besnuffeld hebben hij zou besnuffeld hebben wij zouden besnuffeld hebben jullie zouden besnuffeld hebben zij zouden besnuffeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
besnuffel
|