Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

besmeren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: besmeren
Synoniemen: bekladden, beleggen, bestrijken, inwrijven, smeren, bevuilen, bevlekken, bemorsen

DE: besmeren (bekladden): beklecksen, lästern, anschmieren, beschmieren, verläumden
EN: besmeren (bekladden): plaster, smear, blot, daub
ES: besmeren (bekladden): ensuciar, embadurnar, emborronar, manchar, pintarrajear
FR: besmeren (bekladden): graisser, souiller, barbouiller, faire des taches, salir, tacher, enduire, beurrer

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
besmeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik besmeer
jij besmeert
hij besmeert
wij besmeren
jullie besmeren
zij besmeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb besmeerd
jij hebt besmeerd
hij heeft besmeerd
wij hebben besmeerd
jullie hebben besmeerd
zij hebben besmeerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik besmeerde
jij besmeerde
hij besmeerde
wij besmeerden
jullie besmeerden
zij besmeerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had besmeerd
jij had besmeerd
hij had besmeerd
wij hadden besmeerd
jullie hadden besmeerd
zij hadden besmeerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal besmeren
jij zult besmeren
hij zal besmeren
wij zullen besmeren
jullie zullen besmeren
zij zullen besmeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal besmeerd hebben
jij zult besmeerd hebben
hij zal besmeerd hebben
wij zullen besmeerd hebben
jullie zullen besmeerd hebben
zij zullen besmeerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou besmeren
jij zou besmeren
hij zou besmeren
wij zouden besmeren
jullie zouden besmeren
zij zouden besmeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou besmeerd hebben
jij zou besmeerd hebben
hij zou besmeerd hebben
wij zouden besmeerd hebben
jullie zouden besmeerd hebben
zij zouden besmeerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
besmeer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/besmeren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English