Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

beslechten vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: beslechten
Synoniemen: afhandelen, afdoen

DE: beslechten (twist uit de weg ruimen): abhandeln, abwickeln, schlichten, beilegen
EN: beslechten (twist uit de weg ruimen): settle, entomb, take off, put out, inter, do out, remove

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
beslecht
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik beslecht
jij beslecht
hij beslecht
wij beslechten
jullie beslechten
zij beslechten
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb beslecht
jij hebt beslecht
hij heeft beslecht
wij hebben beslecht
jullie hebben beslecht
zij hebben beslecht
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik beslechtte
jij beslechtte
hij beslechtte
wij beslechtten
jullie beslechtten
zij beslechtten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had beslecht
jij had beslecht
hij had beslecht
wij hadden beslecht
jullie hadden beslecht
zij hadden beslecht
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal beslechten
jij zult beslechten
hij zal beslechten
wij zullen beslechten
jullie zullen beslechten
zij zullen beslechten
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal beslecht hebben
jij zult beslecht hebben
hij zal beslecht hebben
wij zullen beslecht hebben
jullie zullen beslecht hebben
zij zullen beslecht hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou beslechten
jij zou beslechten
hij zou beslechten
wij zouden beslechten
jullie zouden beslechten
zij zouden beslechten
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou beslecht hebben
jij zou beslecht hebben
hij zou beslecht hebben
wij zouden beslecht hebben
jullie zouden beslecht hebben
zij zouden beslecht hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
beslecht

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/beslechten

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English