NL: beslechtenSynoniemen: afhandelen, afdoen
DE: beslechten (twist uit de weg ruimen): abhandeln, abwickeln, schlichten, beilegen
EN: beslechten (twist uit de weg ruimen): settle, entomb, take off, put out, inter, do out, remove
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
beslecht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik beslecht jij beslecht hij beslecht wij beslechten jullie beslechten zij beslechten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb beslecht jij hebt beslecht hij heeft beslecht wij hebben beslecht jullie hebben beslecht zij hebben beslecht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beslechtte jij beslechtte hij beslechtte wij beslechtten jullie beslechtten zij beslechtten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had beslecht jij had beslecht hij had beslecht wij hadden beslecht jullie hadden beslecht zij hadden beslecht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal beslechten jij zult beslechten hij zal beslechten wij zullen beslechten jullie zullen beslechten zij zullen beslechten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal beslecht hebben jij zult beslecht hebben hij zal beslecht hebben wij zullen beslecht hebben jullie zullen beslecht hebben zij zullen beslecht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou beslechten jij zou beslechten hij zou beslechten wij zouden beslechten jullie zouden beslechten zij zouden beslechten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou beslecht hebben jij zou beslecht hebben hij zou beslecht hebben wij zouden beslecht hebben jullie zouden beslecht hebben zij zouden beslecht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
beslecht
|