NL: beschuttenSynoniemen: afdekken, beschermen, beveiligen, dekken, luwen, afschutten, afschermen, verdedigen
DE: beschutten (afdekken): abdecken, abschirmen, begrenzen, abgrenzen, absperren, abzäunen, umzäunen
EN: beschutten (afdekken): protect, cover, fence off, fence in, lock up
ES: beschutten (afdekken): proteger, cubrir, guardar, tapar, cercar, abrigar, encerrar, encubrir, camuflar
FR: beschutten (afdekken): protéger, sauvegarder, abriter, couvrir, borner, clôturer, préserver, mettre à l'abri de
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
beschut
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik beschut jij beschut hij beschut wij beschutten jullie beschutten zij beschutten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb beschut jij hebt beschut hij heeft beschut wij hebben beschut jullie hebben beschut zij hebben beschut
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beschutte jij beschutte hij beschutte wij beschutten jullie beschutten zij beschutten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had beschut jij had beschut hij had beschut wij hadden beschut jullie hadden beschut zij hadden beschut
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal beschutten jij zult beschutten hij zal beschutten wij zullen beschutten jullie zullen beschutten zij zullen beschutten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal beschut hebben jij zult beschut hebben hij zal beschut hebben wij zullen beschut hebben jullie zullen beschut hebben zij zullen beschut hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou beschutten jij zou beschutten hij zou beschutten wij zouden beschutten jullie zouden beschutten zij zouden beschutten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou beschut hebben jij zou beschut hebben hij zou beschut hebben wij zouden beschut hebben jullie zouden beschut hebben zij zouden beschut hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
beschut
|