NL: beschimpenSynoniemen: bekladden, bespotten, uitschelden, verguizen, honen
EN: taunt, jeer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
beschimpt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik beschimp jij beschimpt hij beschimpt wij beschimpen jullie beschimpen zij beschimpen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb beschimpt jij hebt beschimpt hij heeft beschimpt wij hebben beschimpt jullie hebben beschimpt zij hebben beschimpt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beschimpte jij beschimpte hij beschimpte wij beschimpten jullie beschimpten zij beschimpten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had beschimpt jij had beschimpt hij had beschimpt wij hadden beschimpt jullie hadden beschimpt zij hadden beschimpt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal beschimpen jij zult beschimpen hij zal beschimpen wij zullen beschimpen jullie zullen beschimpen zij zullen beschimpen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal beschimpt hebben jij zult beschimpt hebben hij zal beschimpt hebben wij zullen beschimpt hebben jullie zullen beschimpt hebben zij zullen beschimpt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou beschimpen jij zou beschimpen hij zou beschimpen wij zouden beschimpen jullie zouden beschimpen zij zouden beschimpen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou beschimpt hebben jij zou beschimpt hebben hij zou beschimpt hebben wij zouden beschimpt hebben jullie zouden beschimpt hebben zij zouden beschimpt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
beschimp
|