NL: beschimmelenSynoniemen: schimmelen, verschimmelen
DE: verschimmeln
EN: become affected with mildew, mould, rot away, become mouldy, grow mouldy, get mouldy
ES: enmohecerse
FR: pourrir, moisir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
beschimmeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik beschimmel jij beschimmelt hij beschimmelt wij beschimmelen jullie beschimmelen zij beschimmelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb beschimmeld jij hebt beschimmeld hij heeft beschimmeld wij hebben beschimmeld jullie hebben beschimmeld zij hebben beschimmeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beschimmelde jij beschimmelde hij beschimmelde wij beschimmelden jullie beschimmelden zij beschimmelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had beschimmeld jij had beschimmeld hij had beschimmeld wij hadden beschimmeld jullie hadden beschimmeld zij hadden beschimmeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal beschimmelen jij zult beschimmelen hij zal beschimmelen wij zullen beschimmelen jullie zullen beschimmelen zij zullen beschimmelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal beschimmeld hebben jij zult beschimmeld hebben hij zal beschimmeld hebben wij zullen beschimmeld hebben jullie zullen beschimmeld hebben zij zullen beschimmeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou beschimmelen jij zou beschimmelen hij zou beschimmelen wij zouden beschimmelen jullie zouden beschimmelen zij zouden beschimmelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou beschimmeld hebben jij zou beschimmeld hebben hij zou beschimmeld hebben wij zouden beschimmeld hebben jullie zouden beschimmeld hebben zij zouden beschimmeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
beschimmel
|