NL: beschavenSynoniemen: cultiveren, ontwikkelen, vormen, civiliseren
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
beschaafd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik beschaaf jij beschaaft hij beschaaft wij beschaven jullie beschaven zij beschaven
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb beschaafd jij hebt beschaafd hij heeft beschaafd wij hebben beschaafd jullie hebben beschaafd zij hebben beschaafd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beschaafde jij beschaafde hij beschaafde wij beschaafden jullie beschaafden zij beschaafden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had beschaafd jij had beschaafd hij had beschaafd wij hadden beschaafd jullie hadden beschaafd zij hadden beschaafd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal beschaven jij zult beschaven hij zal beschaven wij zullen beschaven jullie zullen beschaven zij zullen beschaven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal beschaafd hebben jij zult beschaafd hebben hij zal beschaafd hebben wij zullen beschaafd hebben jullie zullen beschaafd hebben zij zullen beschaafd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou beschaven jij zou beschaven hij zou beschaven wij zouden beschaven jullie zouden beschaven zij zouden beschaven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou beschaafd hebben jij zou beschaafd hebben hij zou beschaafd hebben wij zouden beschaafd hebben jullie zouden beschaafd hebben zij zouden beschaafd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
beschaaf
|