NL: berouwenSynoniemen: spijten
EN: be sorry
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
berouwd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik berouw jij berouwt hij berouwt wij berouwen jullie berouwen zij berouwen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb berouwd jij hebt berouwd hij heeft berouwd wij hebben berouwd jullie hebben berouwd zij hebben berouwd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik berouwde jij berouwde hij berouwde wij berouwden jullie berouwden zij berouwden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had berouwd jij had berouwd hij had berouwd wij hadden berouwd jullie hadden berouwd zij hadden berouwd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal berouwen jij zult berouwen hij zal berouwen wij zullen berouwen jullie zullen berouwen zij zullen berouwen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal berouwd hebben jij zult berouwd hebben hij zal berouwd hebben wij zullen berouwd hebben jullie zullen berouwd hebben zij zullen berouwd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou berouwen jij zou berouwen hij zou berouwen wij zouden berouwen jullie zouden berouwen zij zouden berouwen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou berouwd hebben jij zou berouwd hebben hij zou berouwd hebben wij zouden berouwd hebben jullie zouden berouwd hebben zij zouden berouwd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
berouw
|