Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

berispen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: berispen
Synoniemen: aanrekenen, beknorren, terechtwijzen, vermanen, verwijten, voorhouden, laken, gispen, blameren, beschuldigen, aanwrijven, nadragen, verwijt, berisping, waarschuwen, manen

DE: verweisen, bestrafen, rügen, schelten, ermahnen, tadeln, zurechtweisen
EN: reprimand, reprove, rebuke, chide
ES: notar, criticar, censurar, vituperar
FR: reprendre, gronder, blâmer, réprimander

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
berispt
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik berisp
jij berispt
hij berispt
wij berispen
jullie berispen
zij berispen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb berispt
jij hebt berispt
hij heeft berispt
wij hebben berispt
jullie hebben berispt
zij hebben berispt
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik berispte
jij berispte
hij berispte
wij berispten
jullie berispten
zij berispten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had berispt
jij had berispt
hij had berispt
wij hadden berispt
jullie hadden berispt
zij hadden berispt
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal berispen
jij zult berispen
hij zal berispen
wij zullen berispen
jullie zullen berispen
zij zullen berispen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal berispt hebben
jij zult berispt hebben
hij zal berispt hebben
wij zullen berispt hebben
jullie zullen berispt hebben
zij zullen berispt hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou berispen
jij zou berispen
hij zou berispen
wij zouden berispen
jullie zouden berispen
zij zouden berispen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou berispt hebben
jij zou berispt hebben
hij zou berispt hebben
wij zouden berispt hebben
jullie zouden berispt hebben
zij zouden berispt hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
berisp

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/berispen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English