NL: berechtenSynoniemen: behandelen, vervolgen
DE: verurteilen, verfolgen, das Urteil sprechen
EN: judge, condemn, adjudicate, sentence, try
ES: perseguir, condenar, procesar, proseguir, enjuiciar, perseguir judicialmente, pasar por, sentenciar, someter a juicio
FR: condamner, poursuivre, juger
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
berecht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik berecht jij berecht hij berecht wij berechten jullie berechten zij berechten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb berecht jij hebt berecht hij heeft berecht wij hebben berecht jullie hebben berecht zij hebben berecht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik berechtte jij berechtte hij berechtte wij berechtten jullie berechtten zij berechtten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had berecht jij had berecht hij had berecht wij hadden berecht jullie hadden berecht zij hadden berecht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal berechten jij zult berechten hij zal berechten wij zullen berechten jullie zullen berechten zij zullen berechten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal berecht hebben jij zult berecht hebben hij zal berecht hebben wij zullen berecht hebben jullie zullen berecht hebben zij zullen berecht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou berechten jij zou berechten hij zou berechten wij zouden berechten jullie zouden berechten zij zouden berechten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou berecht hebben jij zou berecht hebben hij zou berecht hebben wij zouden berecht hebben jullie zouden berecht hebben zij zouden berecht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
berecht
|