NL: beproevenSynoniemen: keuren, onderzocht, onderzoeken, pogen, proberen, testen, trachten, uitproberen, bedroeven
DE: prüfen, untersuchen, überprüfen, testen, kontrollieren, erproben, ausprobieren, proben, inspizieren
EN: examine, verify, test, check, inspect, control, try
ES: probar, ensayar, comprobar, verificar, buscar, mirar, corregir, repasar, controlar, inspeccionar, catar, examinar, aquilatar, pasar revista a, someter a prueba
FR: tester, examiner, essayer, soumettre à une inspection, vérifier, éprouver, faire une inspection de, faire subir un test, inspecter, faire passer un examen, soumettre à un test, passer en revue, mettre à l'épreuve
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
beproefd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik beproef jij beproeft hij beproeft wij beproeven jullie beproeven zij beproeven
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb beproefd jij hebt beproefd hij heeft beproefd wij hebben beproefd jullie hebben beproefd zij hebben beproefd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beproefde jij beproefde hij beproefde wij beproefden jullie beproefden zij beproefden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had beproefd jij had beproefd hij had beproefd wij hadden beproefd jullie hadden beproefd zij hadden beproefd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal beproeven jij zult beproeven hij zal beproeven wij zullen beproeven jullie zullen beproeven zij zullen beproeven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal beproefd hebben jij zult beproefd hebben hij zal beproefd hebben wij zullen beproefd hebben jullie zullen beproefd hebben zij zullen beproefd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou beproeven jij zou beproeven hij zou beproeven wij zouden beproeven jullie zouden beproeven zij zouden beproeven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou beproefd hebben jij zou beproefd hebben hij zou beproefd hebben wij zouden beproefd hebben jullie zouden beproefd hebben zij zouden beproefd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
beproef
|