NL: beperkenSynoniemen: begrenzen, beknotten, inkrimpen, inperken, terugbrengen, verminderen, belemmeren, , limiteren, inkapselen, indammen, verlagen, slinken, reduceren, minworden, minderen, afnemen, verkorten, krimpen
DE: einschränken
EN: restrict, encapsulate, confine, limit, embank, enclose, envelope, dam
ES: limitar, restringir, incluir, contener, envolver, acorralar, encerrar, aislar, englobar, encauzar, comprimir, encapsular, neutralizar
FR: comprendre, endiguer, limiter, barrer, maîtriser, contenir, envelopper, englober, contrecarrer, s'opposer à
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
beperkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik beperk jij beperkt hij beperkt wij beperken jullie beperken zij beperken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb beperkt jij hebt beperkt hij heeft beperkt wij hebben beperkt jullie hebben beperkt zij hebben beperkt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beperkte jij beperkte hij beperkte wij beperkten jullie beperkten zij beperkten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had beperkt jij had beperkt hij had beperkt wij hadden beperkt jullie hadden beperkt zij hadden beperkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal beperken jij zult beperken hij zal beperken wij zullen beperken jullie zullen beperken zij zullen beperken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal beperkt hebben jij zult beperkt hebben hij zal beperkt hebben wij zullen beperkt hebben jullie zullen beperkt hebben zij zullen beperkt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou beperken jij zou beperken hij zou beperken wij zouden beperken jullie zouden beperken zij zouden beperken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou beperkt hebben jij zou beperkt hebben hij zou beperkt hebben wij zouden beperkt hebben jullie zouden beperkt hebben zij zouden beperkt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
beperk
|