NL: bepeinzenSynoniemen: overpeinzen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bepeinsd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bepeins jij bepeinst hij bepeinst wij bepeinzen jullie bepeinzen zij bepeinzen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bepeinsd jij hebt bepeinsd hij heeft bepeinsd wij hebben bepeinsd jullie hebben bepeinsd zij hebben bepeinsd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bepeinsde jij bepeinsde hij bepeinsde wij bepeinsden jullie bepeinsden zij bepeinsden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bepeinsd jij had bepeinsd hij had bepeinsd wij hadden bepeinsd jullie hadden bepeinsd zij hadden bepeinsd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bepeinzen jij zult bepeinzen hij zal bepeinzen wij zullen bepeinzen jullie zullen bepeinzen zij zullen bepeinzen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bepeinsd hebben jij zult bepeinsd hebben hij zal bepeinsd hebben wij zullen bepeinsd hebben jullie zullen bepeinsd hebben zij zullen bepeinsd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bepeinzen jij zou bepeinzen hij zou bepeinzen wij zouden bepeinzen jullie zouden bepeinzen zij zouden bepeinzen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bepeinsd hebben jij zou bepeinsd hebben hij zou bepeinsd hebben wij zouden bepeinsd hebben jullie zouden bepeinsd hebben zij zouden bepeinsd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bepeins
|