NL: bepantserenSynoniemen: harnassen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bepantserd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bepantser jij bepantsert hij bepantsert wij bepantseren jullie bepantseren zij bepantseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bepantserd jij hebt bepantserd hij heeft bepantserd wij hebben bepantserd jullie hebben bepantserd zij hebben bepantserd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bepantserde jij bepantserde hij bepantserde wij bepantserden jullie bepantserden zij bepantserden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bepantserd jij had bepantserd hij had bepantserd wij hadden bepantserd jullie hadden bepantserd zij hadden bepantserd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bepantseren jij zult bepantseren hij zal bepantseren wij zullen bepantseren jullie zullen bepantseren zij zullen bepantseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bepantserd hebben jij zult bepantserd hebben hij zal bepantserd hebben wij zullen bepantserd hebben jullie zullen bepantserd hebben zij zullen bepantserd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bepantseren jij zou bepantseren hij zou bepantseren wij zouden bepantseren jullie zouden bepantseren zij zouden bepantseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bepantserd hebben jij zou bepantserd hebben hij zou bepantserd hebben wij zouden bepantserd hebben jullie zouden bepantserd hebben zij zouden bepantserd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bepantser
|