NL: bepalenSynoniemen: bedingen, beïnvloeden, constateren, definiëren, determineren, inschatten, vaststellen, voorschrijven, onderzoeken, vastmaken, tuigeren, fixeren, bevestigen, omschrijven, schatten, afwegen, verordenen, beschikken
DE: bepalen (definiëren): definieren, bestimmen, festlegen, festsetzen, umschreiben, kennzeichnen
EN: bepalen (definiëren): determine, define, outline
ES: bepalen (definiëren): definir, especificar, describir, detallar
FR: bepalen (definiëren): déterminer, définir, décrire
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bepaald
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bepaal jij bepaalt hij bepaalt wij bepalen jullie bepalen zij bepalen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bepaald jij hebt bepaald hij heeft bepaald wij hebben bepaald jullie hebben bepaald zij hebben bepaald
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bepaalde jij bepaalde hij bepaalde wij bepaalden jullie bepaalden zij bepaalden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bepaald jij had bepaald hij had bepaald wij hadden bepaald jullie hadden bepaald zij hadden bepaald
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bepalen jij zult bepalen hij zal bepalen wij zullen bepalen jullie zullen bepalen zij zullen bepalen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bepaald hebben jij zult bepaald hebben hij zal bepaald hebben wij zullen bepaald hebben jullie zullen bepaald hebben zij zullen bepaald hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bepalen jij zou bepalen hij zou bepalen wij zouden bepalen jullie zouden bepalen zij zouden bepalen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bepaald hebben jij zou bepaald hebben hij zou bepaald hebben wij zouden bepaald hebben jullie zouden bepaald hebben zij zouden bepaald hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bepaal
|