NL: beogenSynoniemen: bedoelen, ogen, zoeken, ambitie, aspiratie, doel, intentie, pogen, streven, trachten, azen
DE: das Anstreben, die Anstrebung, das Beabsichtigen, das Erstreben, das Bezwecken
EN: the aiming for, the strive for, the aiming at
ES: el ambicionar, el pretender, el empeñarse en, el aspirar a, el apuntar a, el dar forraje
FR: la intention, la aspiration, le but, la ambition, le ce que l'on vise
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
beoogd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik beoog jij beoogt hij beoogt wij beogen jullie beogen zij beogen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb beoogd jij hebt beoogd hij heeft beoogd wij hebben beoogd jullie hebben beoogd zij hebben beoogd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beoogde jij beoogde hij beoogde wij beoogden jullie beoogden zij beoogden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had beoogd jij had beoogd hij had beoogd wij hadden beoogd jullie hadden beoogd zij hadden beoogd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal beogen jij zult beogen hij zal beogen wij zullen beogen jullie zullen beogen zij zullen beogen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal beoogd hebben jij zult beoogd hebben hij zal beoogd hebben wij zullen beoogd hebben jullie zullen beoogd hebben zij zullen beoogd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou beogen jij zou beogen hij zou beogen wij zouden beogen jullie zouden beogen zij zouden beogen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou beoogd hebben jij zou beoogd hebben hij zou beoogd hebben wij zouden beoogd hebben jullie zouden beoogd hebben zij zouden beoogd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
beoog
|