Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

benoemen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: benoemen
Synoniemen: aanstellen, betitelen, bevorderen, bombarderen, noemen, installeren, bestempelen, vernoemen

DE: benoemen (aanstellen): einstellen, einsetzen
EN: benoemen (aanstellen): appoint, establish, install, institute
ES: benoemen (aanstellen): instalar, establecer, nombrar, crear, formar
FR: benoemen (aanstellen): désigner, nommer

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
benoemd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik benoem
jij benoemt
hij benoemt
wij benoemen
jullie benoemen
zij benoemen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb benoemd
jij hebt benoemd
hij heeft benoemd
wij hebben benoemd
jullie hebben benoemd
zij hebben benoemd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik benoemde
jij benoemde
hij benoemde
wij benoemden
jullie benoemden
zij benoemden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had benoemd
jij had benoemd
hij had benoemd
wij hadden benoemd
jullie hadden benoemd
zij hadden benoemd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal benoemen
jij zult benoemen
hij zal benoemen
wij zullen benoemen
jullie zullen benoemen
zij zullen benoemen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal benoemd hebben
jij zult benoemd hebben
hij zal benoemd hebben
wij zullen benoemd hebben
jullie zullen benoemd hebben
zij zullen benoemd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou benoemen
jij zou benoemen
hij zou benoemen
wij zouden benoemen
jullie zouden benoemen
zij zouden benoemen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou benoemd hebben
jij zou benoemd hebben
hij zou benoemd hebben
wij zouden benoemd hebben
jullie zouden benoemd hebben
zij zouden benoemd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
benoem

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/benoemen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English