NL: benijdenSynoniemen: afgunstig zijn
DE: beneiden
EN: envy, be envious of, resent
ES: envidiar, tener envidia
FR: envier, porter envie à
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
benijd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik benijd jij benijdt hij benijdt wij benijden jullie benijden zij benijden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb benijd jij hebt benijd hij heeft benijd wij hebben benijd jullie hebben benijd zij hebben benijd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik benijdde jij benijdde hij benijdde wij benijdden jullie benijdden zij benijdden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had benijd jij had benijd hij had benijd wij hadden benijd jullie hadden benijd zij hadden benijd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal benijden jij zult benijden hij zal benijden wij zullen benijden jullie zullen benijden zij zullen benijden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal benijd hebben jij zult benijd hebben hij zal benijd hebben wij zullen benijd hebben jullie zullen benijd hebben zij zullen benijd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou benijden jij zou benijden hij zou benijden wij zouden benijden jullie zouden benijden zij zouden benijden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou benijd hebben jij zou benijd hebben hij zou benijd hebben wij zouden benijd hebben jullie zouden benijd hebben zij zouden benijd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
benijd
|