NL: benenSynoniemen: stappen, tuinen, baanders
DE: knöchern, beinern
EN: bone
ES: de hueso
FR: en os, d'os
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebeend
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik been jij beent hij beent wij benen jullie benen zij benen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gebeend jij hebt gebeend hij heeft gebeend wij hebben gebeend jullie hebben gebeend zij hebben gebeend
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beende jij beende hij beende wij beenden jullie beenden zij beenden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gebeend jij had gebeend hij had gebeend wij hadden gebeend jullie hadden gebeend zij hadden gebeend
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal benen jij zult benen hij zal benen wij zullen benen jullie zullen benen zij zullen benen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebeend hebben jij zult gebeend hebben hij zal gebeend hebben wij zullen gebeend hebben jullie zullen gebeend hebben zij zullen gebeend hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou benen jij zou benen hij zou benen wij zouden benen jullie zouden benen zij zouden benen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebeend hebben jij zou gebeend hebben hij zou gebeend hebben wij zouden gebeend hebben jullie zouden gebeend hebben zij zouden gebeend hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
been
|