Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

benauwen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: benauwen
Synoniemen: beangstigen, beklemmen, kwellen

DE: bedrängen, beklemmen
EN: truss up, oppress, gag
ES: inquietar, oprimir, angustiar
FR: étouffer, oppresser

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
benauwd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik benauw
jij benauwt
hij benauwt
wij benauwen
jullie benauwen
zij benauwen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb benauwd
jij hebt benauwd
hij heeft benauwd
wij hebben benauwd
jullie hebben benauwd
zij hebben benauwd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik benauwde
jij benauwde
hij benauwde
wij benauwden
jullie benauwden
zij benauwden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had benauwd
jij had benauwd
hij had benauwd
wij hadden benauwd
jullie hadden benauwd
zij hadden benauwd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal benauwen
jij zult benauwen
hij zal benauwen
wij zullen benauwen
jullie zullen benauwen
zij zullen benauwen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal benauwd hebben
jij zult benauwd hebben
hij zal benauwd hebben
wij zullen benauwd hebben
jullie zullen benauwd hebben
zij zullen benauwd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou benauwen
jij zou benauwen
hij zou benauwen
wij zouden benauwen
jullie zouden benauwen
zij zouden benauwen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou benauwd hebben
jij zou benauwd hebben
hij zou benauwd hebben
wij zouden benauwd hebben
jullie zouden benauwd hebben
zij zouden benauwd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
benauw

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/benauwen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English