NL: benadrukkenSynoniemen: aanzetten, accentueren, beklemtonen, onderstrepen, betonen
DE: benadrukken (accentueren): akzentuieren, betonen
EN: benadrukken (accentueren): emphasise, underline, urge on, tear
ES: benadrukken (accentueren): destacar, poner énfasis, subrayar, acentuar, recalcar
FR: benadrukken (accentueren): souligner, insister, accroître, accentuer, faire ressortir, marteler, appuyer sur, mettre l'accent sur
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
benadrukt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik benadruk jij benadrukt hij benadrukt wij benadrukken jullie benadrukken zij benadrukken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb benadrukt jij hebt benadrukt hij heeft benadrukt wij hebben benadrukt jullie hebben benadrukt zij hebben benadrukt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik benadrukte jij benadrukte hij benadrukte wij benadrukten jullie benadrukten zij benadrukten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had benadrukt jij had benadrukt hij had benadrukt wij hadden benadrukt jullie hadden benadrukt zij hadden benadrukt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal benadrukken jij zult benadrukken hij zal benadrukken wij zullen benadrukken jullie zullen benadrukken zij zullen benadrukken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal benadrukt hebben jij zult benadrukt hebben hij zal benadrukt hebben wij zullen benadrukt hebben jullie zullen benadrukt hebben zij zullen benadrukt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou benadrukken jij zou benadrukken hij zou benadrukken wij zouden benadrukken jullie zouden benadrukken zij zouden benadrukken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou benadrukt hebben jij zou benadrukt hebben hij zou benadrukt hebben wij zouden benadrukt hebben jullie zouden benadrukt hebben zij zouden benadrukt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
benadruk
|