NL: benaderenSynoniemen: aanpakken, aanspreken, toegaan naar, toenaderen
DE: benaderen (toenaderen): annähern, herankommen
EN: benaderen (toenaderen): approach
ES: benaderen (toenaderen): aproximarse a, aproximarse, acercar, acercarse, corresponder a, acercarse a
FR: benaderen (toenaderen): approcher
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
benaderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik benader jij benadert hij benadert wij benaderen jullie benaderen zij benaderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb benaderd jij hebt benaderd hij heeft benaderd wij hebben benaderd jullie hebben benaderd zij hebben benaderd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik benaderde jij benaderde hij benaderde wij benaderden jullie benaderden zij benaderden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had benaderd jij had benaderd hij had benaderd wij hadden benaderd jullie hadden benaderd zij hadden benaderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal benaderen jij zult benaderen hij zal benaderen wij zullen benaderen jullie zullen benaderen zij zullen benaderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal benaderd hebben jij zult benaderd hebben hij zal benaderd hebben wij zullen benaderd hebben jullie zullen benaderd hebben zij zullen benaderd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou benaderen jij zou benaderen hij zou benaderen wij zouden benaderen jullie zouden benaderen zij zouden benaderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou benaderd hebben jij zou benaderd hebben hij zou benaderd hebben wij zouden benaderd hebben jullie zouden benaderd hebben zij zouden benaderd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
benader
|