NL: bemoeilijkenSynoniemen: compliceren, , zwaarmaken
EN: bemoeilijken (moeilijker maken): thwart, hinder, make more difficult, make harder, make heavier
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bemoeilijkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bemoeilijk jij bemoeilijkt hij bemoeilijkt wij bemoeilijken jullie bemoeilijken zij bemoeilijken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bemoeilijkt jij hebt bemoeilijkt hij heeft bemoeilijkt wij hebben bemoeilijkt jullie hebben bemoeilijkt zij hebben bemoeilijkt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bemoeilijkte jij bemoeilijkte hij bemoeilijkte wij bemoeilijkten jullie bemoeilijkten zij bemoeilijkten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bemoeilijkt jij had bemoeilijkt hij had bemoeilijkt wij hadden bemoeilijkt jullie hadden bemoeilijkt zij hadden bemoeilijkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bemoeilijken jij zult bemoeilijken hij zal bemoeilijken wij zullen bemoeilijken jullie zullen bemoeilijken zij zullen bemoeilijken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bemoeilijkt hebben jij zult bemoeilijkt hebben hij zal bemoeilijkt hebben wij zullen bemoeilijkt hebben jullie zullen bemoeilijkt hebben zij zullen bemoeilijkt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bemoeilijken jij zou bemoeilijken hij zou bemoeilijken wij zouden bemoeilijken jullie zouden bemoeilijken zij zouden bemoeilijken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bemoeilijkt hebben jij zou bemoeilijkt hebben hij zou bemoeilijkt hebben wij zouden bemoeilijkt hebben jullie zouden bemoeilijkt hebben zij zouden bemoeilijkt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bemoeilijk
|