NL: bemoedigenSynoniemen: aanmoedigen, aansporen, opbeuren, troosten, toemoedigen, stimuleren, aanvuren, moedvatten, vertroosten, ondersteunen
DE: bemoedigen (opbeuren): aufmuntern, ermutigen, trösten, aufrichten, aufheitern
EN: bemoedigen (opbeuren): console, cheer up, solace, comfort
ES: bemoedigen (opbeuren): animar, envalentonar, alentar
FR: bemoedigen (opbeuren): consoler, réconforter, remonter le moral
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bemoedigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bemoedig jij bemoedigt hij bemoedigt wij bemoedigen jullie bemoedigen zij bemoedigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bemoedigd jij hebt bemoedigd hij heeft bemoedigd wij hebben bemoedigd jullie hebben bemoedigd zij hebben bemoedigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bemoedigde jij bemoedigde hij bemoedigde wij bemoedigden jullie bemoedigden zij bemoedigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bemoedigd jij had bemoedigd hij had bemoedigd wij hadden bemoedigd jullie hadden bemoedigd zij hadden bemoedigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bemoedigen jij zult bemoedigen hij zal bemoedigen wij zullen bemoedigen jullie zullen bemoedigen zij zullen bemoedigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bemoedigd hebben jij zult bemoedigd hebben hij zal bemoedigd hebben wij zullen bemoedigd hebben jullie zullen bemoedigd hebben zij zullen bemoedigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bemoedigen jij zou bemoedigen hij zou bemoedigen wij zouden bemoedigen jullie zouden bemoedigen zij zouden bemoedigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bemoedigd hebben jij zou bemoedigd hebben hij zou bemoedigd hebben wij zouden bemoedigd hebben jullie zouden bemoedigd hebben zij zouden bemoedigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bemoedig
|