NL: beminnenSynoniemen: houden, liefhebben, minnen, vrijen, liefkozen, minnekozen, liefbedrijven
DE: lieben, liebhaben
EN: love
ES: amar, querer
FR: aimer, chérir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bemind
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bemin jij bemint hij bemint wij beminnen jullie beminnen zij beminnen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bemind jij hebt bemind hij heeft bemind wij hebben bemind jullie hebben bemind zij hebben bemind
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beminde jij beminde hij beminde wij beminden jullie beminden zij beminden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bemind jij had bemind hij had bemind wij hadden bemind jullie hadden bemind zij hadden bemind
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal beminnen jij zult beminnen hij zal beminnen wij zullen beminnen jullie zullen beminnen zij zullen beminnen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bemind hebben jij zult bemind hebben hij zal bemind hebben wij zullen bemind hebben jullie zullen bemind hebben zij zullen bemind hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou beminnen jij zou beminnen hij zou beminnen wij zouden beminnen jullie zouden beminnen zij zouden beminnen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bemind hebben jij zou bemind hebben hij zou bemind hebben wij zouden bemind hebben jullie zouden bemind hebben zij zouden bemind hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bemin
|