NL: bemiddelenSynoniemen: arbitreren, tussenkomen, mediëren, tussenbeikomen, interveniëren, interrumperen, interfereren, ingrijpen
DE: vermitteln, unterhandeln
EN: mediate, negotiate
ES: intervenir, negociar, mediar
FR: négocier, concilier, servir de médiateur dans
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bemiddeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bemiddel jij bemiddelt hij bemiddelt wij bemiddelen jullie bemiddelen zij bemiddelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bemiddeld jij hebt bemiddeld hij heeft bemiddeld wij hebben bemiddeld jullie hebben bemiddeld zij hebben bemiddeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bemiddelde jij bemiddelde hij bemiddelde wij bemiddelden jullie bemiddelden zij bemiddelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bemiddeld jij had bemiddeld hij had bemiddeld wij hadden bemiddeld jullie hadden bemiddeld zij hadden bemiddeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bemiddelen jij zult bemiddelen hij zal bemiddelen wij zullen bemiddelen jullie zullen bemiddelen zij zullen bemiddelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bemiddeld hebben jij zult bemiddeld hebben hij zal bemiddeld hebben wij zullen bemiddeld hebben jullie zullen bemiddeld hebben zij zullen bemiddeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bemiddelen jij zou bemiddelen hij zou bemiddelen wij zouden bemiddelen jullie zouden bemiddelen zij zouden bemiddelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bemiddeld hebben jij zou bemiddeld hebben hij zou bemiddeld hebben wij zouden bemiddeld hebben jullie zouden bemiddeld hebben zij zouden bemiddeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bemiddel
|