Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

Synoniemen: doen verwachten, toezeggen

DE: versprechen, zusagen
EN: promise, vow, bid fair, offer
ES: prometer, ofrecer
FR: promettre


NL: beloven

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
beloofd

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik beloof
jij belooft
hij belooft
wij beloven
jullie beloven
zij beloven

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb beloofd
jij hebt beloofd
hij heeft beloofd
wij hebben beloofd
jullie hebben beloofd
zij hebben beloofd

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik beloofde
jij beloofde
hij beloofde
wij beloofden
jullie beloofden
zij beloofden

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had beloofd
jij had beloofd
hij had beloofd
wij hadden beloofd
jullie hadden beloofd
zij hadden beloofd

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal beloven
jij zult beloven
hij zal beloven
wij zullen beloven
jullie zullen beloven
zij zullen beloven

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal beloofd hebben
jij zult beloofd hebben
hij zal beloofd hebben
wij zullen beloofd hebben
jullie zullen beloofd hebben
zij zullen beloofd hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou beloven
jij zou beloven
hij zou beloven
wij zouden beloven
jullie zouden beloven
zij zouden beloven

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou beloofd hebben
jij zou beloofd hebben
hij zou beloofd hebben
wij zouden beloofd hebben
jullie zouden beloofd hebben
zij zouden beloofd hebben

Gebiedende wijs
beloof


Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden