NL: belijnenSynoniemen: liniëren
EN: belijnen (van lijnen voorzien): lineate, line, stripe
FR: belijnen (van lijnen voorzien): rayer, tracer des lignes
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
belijnd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik belijn jij belijnt hij belijnt wij belijnen jullie belijnen zij belijnen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb belijnd jij hebt belijnd hij heeft belijnd wij hebben belijnd jullie hebben belijnd zij hebben belijnd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik belijnde jij belijnde hij belijnde wij belijnden jullie belijnden zij belijnden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had belijnd jij had belijnd hij had belijnd wij hadden belijnd jullie hadden belijnd zij hadden belijnd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal belijnen jij zult belijnen hij zal belijnen wij zullen belijnen jullie zullen belijnen zij zullen belijnen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal belijnd hebben jij zult belijnd hebben hij zal belijnd hebben wij zullen belijnd hebben jullie zullen belijnd hebben zij zullen belijnd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou belijnen jij zou belijnen hij zou belijnen wij zouden belijnen jullie zouden belijnen zij zouden belijnen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou belijnd hebben jij zou belijnd hebben hij zou belijnd hebben wij zouden belijnd hebben jullie zouden belijnd hebben zij zouden belijnd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
belijn
|