EN: to belieNL: belie (disillusion): teleurstellen, frustreren, tegenvallen, ontgoochelen, afvallen, duperen, benadelen, laten zakken
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
belying
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I belie you belie he belies we belie you belie they belie
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have belied you have belied he has belied we have belied you have belied they have belied
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I belied you belied he belied we belied you belied they belied
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had belied you had belied he had belied we had belied you had belied they had belied
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will belie you will belie he will belie we will belie you will belie they will belie
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have belied you will have belied he will have belied we will have belied you will have belied they will have belied
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would belie you would belie he would belie we would belie you would belie they would belie
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have belied you would have belied he would have belied we would have belied you would have belied they would have belied
|