NL: beledigenSynoniemen: grieven, uitschelden, uitjouwen, schelden
DE: beledigen (uitschelden): schimpfen, schelten, beschimpfen, ausschimpfen, wettern
EN: beledigen (uitschelden): call someone names
ES: beledigen (uitschelden): insultar, injuriar, maldecir, blasfemar, lanzar blasfemias
FR: beledigen (uitschelden): injurier, insulter, se disputer, se quereller, vociférer contre qn., tempêter contre qn, râler contre, proférer des injures, traiter quelqu'un de tous les noms
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
beledigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik beledig jij beledigt hij beledigt wij beledigen jullie beledigen zij beledigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb beledigd jij hebt beledigd hij heeft beledigd wij hebben beledigd jullie hebben beledigd zij hebben beledigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beledigde jij beledigde hij beledigde wij beledigden jullie beledigden zij beledigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had beledigd jij had beledigd hij had beledigd wij hadden beledigd jullie hadden beledigd zij hadden beledigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal beledigen jij zult beledigen hij zal beledigen wij zullen beledigen jullie zullen beledigen zij zullen beledigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal beledigd hebben jij zult beledigd hebben hij zal beledigd hebben wij zullen beledigd hebben jullie zullen beledigd hebben zij zullen beledigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou beledigen jij zou beledigen hij zou beledigen wij zouden beledigen jullie zouden beledigen zij zouden beledigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou beledigd hebben jij zou beledigd hebben hij zou beledigd hebben wij zouden beledigd hebben jullie zouden beledigd hebben zij zouden beledigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
beledig
|