NL: bekwamenSynoniemen: trainen, studeren, leren, blokken, oefenen, harden, coachen
DE: bekwamen (trainen): trainieren, üben, ausbilden, einstudieren, entwickeln, einüben, bilden, proben, heranbilden, repetieren
EN: bekwamen (trainen): train, practise, tutor, lead up
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bekwaamd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bekwaam jij bekwaamt hij bekwaamt wij bekwamen jullie bekwamen zij bekwamen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bekwaamd jij hebt bekwaamd hij heeft bekwaamd wij hebben bekwaamd jullie hebben bekwaamd zij hebben bekwaamd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bekwaamde jij bekwaamde hij bekwaamde wij bekwaamden jullie bekwaamden zij bekwaamden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bekwaamd jij had bekwaamd hij had bekwaamd wij hadden bekwaamd jullie hadden bekwaamd zij hadden bekwaamd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bekwamen jij zult bekwamen hij zal bekwamen wij zullen bekwamen jullie zullen bekwamen zij zullen bekwamen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bekwaamd hebben jij zult bekwaamd hebben hij zal bekwaamd hebben wij zullen bekwaamd hebben jullie zullen bekwaamd hebben zij zullen bekwaamd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bekwamen jij zou bekwamen hij zou bekwamen wij zouden bekwamen jullie zouden bekwamen zij zouden bekwamen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bekwaamd hebben jij zou bekwaamd hebben hij zou bekwaamd hebben wij zouden bekwaamd hebben jullie zouden bekwaamd hebben zij zouden bekwaamd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bekwaam
|