NL: bekrachtigenSynoniemen: bestempelen, bevestigen, bezegelen, certificeren, goedkeuren, homologeren, merken, ratificeren, waarmerken, staven
DE: bestaetigen, beglaubigen, bescheinigen, signalisieren
EN: certify, notice, confirm, authenticate, uphold, assent, signal, ratify
ES: ratificar, señalar, acreditar, ver, observar, sellar, precintar, percatarse de, rubricar, pegar un sello
FR: authentifier, confirmer, authentiquer, valider, ratifier, entériner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bekrachtigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bekrachtig jij bekrachtigt hij bekrachtigt wij bekrachtigen jullie bekrachtigen zij bekrachtigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bekrachtigd jij hebt bekrachtigd hij heeft bekrachtigd wij hebben bekrachtigd jullie hebben bekrachtigd zij hebben bekrachtigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bekrachtigde jij bekrachtigde hij bekrachtigde wij bekrachtigden jullie bekrachtigden zij bekrachtigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bekrachtigd jij had bekrachtigd hij had bekrachtigd wij hadden bekrachtigd jullie hadden bekrachtigd zij hadden bekrachtigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bekrachtigen jij zult bekrachtigen hij zal bekrachtigen wij zullen bekrachtigen jullie zullen bekrachtigen zij zullen bekrachtigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bekrachtigd hebben jij zult bekrachtigd hebben hij zal bekrachtigd hebben wij zullen bekrachtigd hebben jullie zullen bekrachtigd hebben zij zullen bekrachtigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bekrachtigen jij zou bekrachtigen hij zou bekrachtigen wij zouden bekrachtigen jullie zouden bekrachtigen zij zouden bekrachtigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bekrachtigd hebben jij zou bekrachtigd hebben hij zou bekrachtigd hebben wij zouden bekrachtigd hebben jullie zouden bekrachtigd hebben zij zouden bekrachtigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bekrachtig
|