NL: bekomenSynoniemen: bevallen, bijkomen, krijgen, worden
DE: bekomen (op zijn verhaal komen): aufatmen
EN: bekomen (op zijn verhaal komen): heave a sigh of relief, breathe again
FR: bekomen (op zijn verhaal komen): revenir à soi, respirer avec soulagement, respirer, se remettre, reprendre haleine
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bekomen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bekom jij bekomt hij bekomt wij bekomen jullie bekomen zij bekomen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben bekomen jij bent bekomen hij is bekomen wij zijn bekomen jullie zijn bekomen zij zijn bekomen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bekwam jij bekwam hij bekwam wij bekwamen jullie bekwamen zij bekwamen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was bekomen jij was bekomen hij was bekomen wij waren bekomen jullie waren bekomen zij waren bekomen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bekomen jij zult bekomen hij zal bekomen wij zullen bekomen jullie zullen bekomen zij zullen bekomen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bekomen zijn jij zult bekomen zijn hij zal bekomen zijn wij zullen bekomen zijn jullie zullen bekomen zijn zij zullen bekomen zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bekomen jij zou bekomen hij zou bekomen wij zouden bekomen jullie zouden bekomen zij zouden bekomen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bekomen zijn jij zou bekomen zijn hij zou bekomen zijn wij zouden bekomen zijn jullie zouden bekomen zijn zij zouden bekomen zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bekom
|