NL: bekladdenSynoniemen: aantasten, besmeren, bevlekken, bevuilen, bemorsen
DE: beklecksen, lästern, anschmieren, beschmieren, verläumden
EN: plaster, smear, blot, daub
ES: ensuciar, embadurnar, emborronar, manchar, pintarrajear
FR: graisser, souiller, barbouiller, faire des taches, salir, tacher, enduire, beurrer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
beklad
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik beklad jij bekladt hij bekladt wij bekladden jullie bekladden zij bekladden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb beklad jij hebt beklad hij heeft beklad wij hebben beklad jullie hebben beklad zij hebben beklad
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bekladde jij bekladde hij bekladde wij bekladden jullie bekladden zij bekladden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had beklad jij had beklad hij had beklad wij hadden beklad jullie hadden beklad zij hadden beklad
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bekladden jij zult bekladden hij zal bekladden wij zullen bekladden jullie zullen bekladden zij zullen bekladden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal beklad hebben jij zult beklad hebben hij zal beklad hebben wij zullen beklad hebben jullie zullen beklad hebben zij zullen beklad hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bekladden jij zou bekladden hij zou bekladden wij zouden bekladden jullie zouden bekladden zij zouden bekladden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou beklad hebben jij zou beklad hebben hij zou beklad hebben wij zouden beklad hebben jullie zouden beklad hebben zij zouden beklad hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
beklad
|