NL: bekkenSynoniemen: bassin, heupgewricht, kom, muilen, waterbekken, tongen
DE: das Becken, das Bassin
EN: the water-basin, the basin, the socket, the subsidence, the bowl
ES: el estanque
FR: le bassin
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebekt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bek jij bekt hij bekt wij bekken jullie bekken zij bekken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gebekt jij hebt gebekt hij heeft gebekt wij hebben gebekt jullie hebben gebekt zij hebben gebekt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bekte jij bekte hij bekte wij bekten jullie bekten zij bekten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gebekt jij had gebekt hij had gebekt wij hadden gebekt jullie hadden gebekt zij hadden gebekt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bekken jij zult bekken hij zal bekken wij zullen bekken jullie zullen bekken zij zullen bekken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebekt hebben jij zult gebekt hebben hij zal gebekt hebben wij zullen gebekt hebben jullie zullen gebekt hebben zij zullen gebekt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bekken jij zou bekken hij zou bekken wij zouden bekken jullie zouden bekken zij zouden bekken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebekt hebben jij zou gebekt hebben hij zou gebekt hebben wij zouden gebekt hebben jullie zouden gebekt hebben zij zouden gebekt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bek
|