NL: behartigenSynoniemen: verzorgen, oppassen, opletten, hoeden, bewaren, bewaken
EN: promote, look after, have at heart
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
behartigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik behartig jij behartigt hij behartigt wij behartigen jullie behartigen zij behartigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb behartigd jij hebt behartigd hij heeft behartigd wij hebben behartigd jullie hebben behartigd zij hebben behartigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik behartigde jij behartigde hij behartigde wij behartigden jullie behartigden zij behartigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had behartigd jij had behartigd hij had behartigd wij hadden behartigd jullie hadden behartigd zij hadden behartigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal behartigen jij zult behartigen hij zal behartigen wij zullen behartigen jullie zullen behartigen zij zullen behartigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal behartigd hebben jij zult behartigd hebben hij zal behartigd hebben wij zullen behartigd hebben jullie zullen behartigd hebben zij zullen behartigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou behartigen jij zou behartigen hij zou behartigen wij zouden behartigen jullie zouden behartigen zij zouden behartigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou behartigd hebben jij zou behartigd hebben hij zou behartigd hebben wij zouden behartigd hebben jullie zouden behartigd hebben zij zouden behartigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
behartig
|