NL: behandelenSynoniemen: afhandelen, bejegenen, berechten, beschrijven, hanteren, verzorgen
DE: behandeln, versorgen
EN: treat, take care
ES: tratar, elaborar, labrar, atender a, asistir de
FR: traiter, soigner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
behandeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik behandel jij behandelt hij behandelt wij behandelen jullie behandelen zij behandelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb behandeld jij hebt behandeld hij heeft behandeld wij hebben behandeld jullie hebben behandeld zij hebben behandeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik behandelde jij behandelde hij behandelde wij behandelden jullie behandelden zij behandelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had behandeld jij had behandeld hij had behandeld wij hadden behandeld jullie hadden behandeld zij hadden behandeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal behandelen jij zult behandelen hij zal behandelen wij zullen behandelen jullie zullen behandelen zij zullen behandelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal behandeld hebben jij zult behandeld hebben hij zal behandeld hebben wij zullen behandeld hebben jullie zullen behandeld hebben zij zullen behandeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou behandelen jij zou behandelen hij zou behandelen wij zouden behandelen jullie zouden behandelen zij zouden behandelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou behandeld hebben jij zou behandeld hebben hij zou behandeld hebben wij zouden behandeld hebben jullie zouden behandeld hebben zij zouden behandeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
behandel
|