NL: begroetenSynoniemen: groeten
DE: begroeten (gedag zeggen): grüßen, begrüßen
EN: begroeten (gedag zeggen): hail, bid welcome, welcome
ES: begroeten (gedag zeggen): saludar
FR: begroeten (gedag zeggen): souhaiter la bienvenue à, dire bonjour, saluer, accueillir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
begroet
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik begroet jij begroet hij begroet wij begroeten jullie begroeten zij begroeten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb begroet jij hebt begroet hij heeft begroet wij hebben begroet jullie hebben begroet zij hebben begroet
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik begroette jij begroette hij begroette wij begroetten jullie begroetten zij begroetten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had begroet jij had begroet hij had begroet wij hadden begroet jullie hadden begroet zij hadden begroet
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal begroeten jij zult begroeten hij zal begroeten wij zullen begroeten jullie zullen begroeten zij zullen begroeten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal begroet hebben jij zult begroet hebben hij zal begroet hebben wij zullen begroet hebben jullie zullen begroet hebben zij zullen begroet hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou begroeten jij zou begroeten hij zou begroeten wij zouden begroeten jullie zouden begroeten zij zouden begroeten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou begroet hebben jij zou begroet hebben hij zou begroet hebben wij zouden begroet hebben jullie zouden begroet hebben zij zouden begroet hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
begroet
|