NL: beglurenSynoniemen: gluren
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
begluurd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik begluur jij begluurt hij begluurt wij begluren jullie begluren zij begluren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb begluurd jij hebt begluurd hij heeft begluurd wij hebben begluurd jullie hebben begluurd zij hebben begluurd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik begluurde jij begluurde hij begluurde wij begluurden jullie begluurden zij begluurden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had begluurd jij had begluurd hij had begluurd wij hadden begluurd jullie hadden begluurd zij hadden begluurd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal begluren jij zult begluren hij zal begluren wij zullen begluren jullie zullen begluren zij zullen begluren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal begluurd hebben jij zult begluurd hebben hij zal begluurd hebben wij zullen begluurd hebben jullie zullen begluurd hebben zij zullen begluurd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou begluren jij zou begluren hij zou begluren wij zouden begluren jullie zouden begluren zij zouden begluren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou begluurd hebben jij zou begluurd hebben hij zou begluurd hebben wij zouden begluurd hebben jullie zouden begluurd hebben zij zouden begluurd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
begluur
|