NL: begevenSynoniemen: bezwijken, flippen, gaan naar, verlaten
DE: begeven (flippen): kaputtgehen
EN: begeven (flippen): break down, give way, go to pieces
ES: begeven (flippen): fracasar, quebrantar, vencer, derribar, quebrar, derrumbar, declinar, amortiguar, derrumbarse, desmoronarse, fliparse, refractar, llevarse un chasco, llevarse un corte
FR: begeven (flippen): échouer, se rompre, se délabrer, s'écrouler, flipper, tomber en ruine
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
begeven
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik begeef jij begeeft hij begeeft wij begeven jullie begeven zij begeven
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb begeven jij hebt begeven hij heeft begeven wij hebben begeven jullie hebben begeven zij hebben begeven
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik begaf jij begaf hij begaf wij begaven jullie begaven zij begaven
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had begeven jij had begeven hij had begeven wij hadden begeven jullie hadden begeven zij hadden begeven
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal begeven jij zult begeven hij zal begeven wij zullen begeven jullie zullen begeven zij zullen begeven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal begeven hebben jij zult begeven hebben hij zal begeven hebben wij zullen begeven hebben jullie zullen begeven hebben zij zullen begeven hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou begeven jij zou begeven hij zou begeven wij zouden begeven jullie zouden begeven zij zouden begeven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou begeven hebben jij zou begeven hebben hij zou begeven hebben wij zouden begeven hebben jullie zouden begeven hebben zij zouden begeven hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
begeef
|