NL: begaanSynoniemen: medelevend, bedrijven, betijen, betreden, uithalen, plegen
DE: begaan (per ongeluk doen): pflegen, treiben, betreiben, ungewollt etwas tun, ausüben
EN: begaan (per ongeluk doen): commit, perpetrate
FR: begaan (per ongeluk doen): faire accidentellement
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
begaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bega jij begaat hij begaat wij begaan jullie begaan zij begaan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb begaan jij hebt begaan hij heeft begaan wij hebben begaan jullie hebben begaan zij hebben begaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beging jij beging hij beging wij begingen jullie begingen zij begingen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had begaan jij had begaan hij had begaan wij hadden begaan jullie hadden begaan zij hadden begaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal begaan jij zult begaan hij zal begaan wij zullen begaan jullie zullen begaan zij zullen begaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal begaan hebben jij zult begaan hebben hij zal begaan hebben wij zullen begaan hebben jullie zullen begaan hebben zij zullen begaan hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou begaan jij zou begaan hij zou begaan wij zouden begaan jullie zouden begaan zij zouden begaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou begaan hebben jij zou begaan hebben hij zou begaan hebben wij zouden begaan hebben jullie zouden begaan hebben zij zouden begaan hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bega
|