NL: bedwingenSynoniemen: beheersen, beteugelen, matigen, intomen, bedaren, terughouden, onderdrukken, overwinnen
DE: bezwingen, bezähmen, unterdrücken, zurücknehmen
EN: suppress, restrain, keep under control, control
ES: contener, reprimir, refrenar, contenerse
FR: contenir, retirer, contraindre, retenir, se modérer, dominer, refouler, réprimer, se retenir, se contenir, se maîtriser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bedwongen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bedwing jij bedwingt hij bedwingt wij bedwingen jullie bedwingen zij bedwingen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bedwongen jij hebt bedwongen hij heeft bedwongen wij hebben bedwongen jullie hebben bedwongen zij hebben bedwongen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bedwong jij bedwong hij bedwong wij bedwongen jullie bedwongen zij bedwongen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bedwongen jij had bedwongen hij had bedwongen wij hadden bedwongen jullie hadden bedwongen zij hadden bedwongen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bedwingen jij zult bedwingen hij zal bedwingen wij zullen bedwingen jullie zullen bedwingen zij zullen bedwingen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bedwongen hebben jij zult bedwongen hebben hij zal bedwongen hebben wij zullen bedwongen hebben jullie zullen bedwongen hebben zij zullen bedwongen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bedwingen jij zou bedwingen hij zou bedwingen wij zouden bedwingen jullie zouden bedwingen zij zouden bedwingen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bedwongen hebben jij zou bedwongen hebben hij zou bedwongen hebben wij zouden bedwongen hebben jullie zouden bedwongen hebben zij zouden bedwongen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bedwing
|