NL: bedillenSynoniemen: berispen, betuttelen, vitten, muggeziften, haarkloven
DE: bemängeln, alles besser wissen
EN: carp, nitpick, cavil, find fault, find fault with
ES: entrometerse
FR: pinailler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bedild
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bedil jij bedilt hij bedilt wij bedillen jullie bedillen zij bedillen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bedild jij hebt bedild hij heeft bedild wij hebben bedild jullie hebben bedild zij hebben bedild
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bedilde jij bedilde hij bedilde wij bedilden jullie bedilden zij bedilden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bedild jij had bedild hij had bedild wij hadden bedild jullie hadden bedild zij hadden bedild
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bedillen jij zult bedillen hij zal bedillen wij zullen bedillen jullie zullen bedillen zij zullen bedillen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bedild hebben jij zult bedild hebben hij zal bedild hebben wij zullen bedild hebben jullie zullen bedild hebben zij zullen bedild hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bedillen jij zou bedillen hij zou bedillen wij zouden bedillen jullie zouden bedillen zij zouden bedillen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bedild hebben jij zou bedild hebben hij zou bedild hebben wij zouden bedild hebben jullie zouden bedild hebben zij zouden bedild hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bedil
|