Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

bedienen vervoegen




DE: bedienen

NL: bedienen
Synoniemen: bedienen, serveren

DE: dienen, helfen, einen Dienst erweisen, handhaben, hantieren, betätigen, führen, manövrieren, servieren, auftischen, auftragen, aufwarten, bewirten
EN: serve, attend to

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
bediend
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik bedien
jij bedient
hij bedient
wij bedienen
jullie bedienen
zij bedienen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb bediend
jij hebt bediend
hij heeft bediend
wij hebben bediend
jullie hebben bediend
zij hebben bediend
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik bediende
jij bediende
hij bediende
wij bedienden
jullie bedienden
zij bedienden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had bediend
jij had bediend
hij had bediend
wij hadden bediend
jullie hadden bediend
zij hadden bediend
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal bedienen
jij zult bedienen
hij zal bedienen
wij zullen bedienen
jullie zullen bedienen
zij zullen bedienen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal bediend hebben
jij zult bediend hebben
hij zal bediend hebben
wij zullen bediend hebben
jullie zullen bediend hebben
zij zullen bediend hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou bedienen
jij zou bedienen
hij zou bedienen
wij zouden bedienen
jullie zouden bedienen
zij zouden bedienen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou bediend hebben
jij zou bediend hebben
hij zou bediend hebben
wij zouden bediend hebben
jullie zouden bediend hebben
zij zouden bediend hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
bedien


DE: bedienen
Synoniemen: dienen, helfen, einen Dienst erweisen, handhaben, hantieren, betätigen, führen, manövrieren, servieren, auftischen, auftragen, aufwarten, bewirten

NL: bedienen, serveren
EN: serve, attend to
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
bedient
bedienend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich bediene
du bedienst
er bedient
wir bedienen
ihr bedient
sie; Sie bedienen
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe bedient
du hast bedient
er hat bedient
wir haben bedient
ihr habt bedient
sie; Sie haben bedient
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich bediente
du bedientest
er bediente
wir bedienten
ihr bedientet
sie; Sie bedienten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte bedient
du hattest bedient
er hatte bedient
wir hatten bedient
ihr hattet bedient
sie; Sie hatten bedient
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde bedienen
du wirst bedienen
er wird bedienen
wir werden bedienen
ihr werdet bedienen
sie; Sie werden bedienen
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde bedient haben
du wirst bedient haben
er wird bedient haben
wir werden bedient haben
ihr werdet bedient haben
sie; Sie werden bedient haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich bediene
du bedienest
er bediene
wir bedienen
ihr bedienet
sie; Sie bedienen
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe bedient
du habest bedient
er habe bedient
wir haben bedient
ihr habet bedient
sie; Sie haben bedient
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich bediente
du bedientest
er bediente
wir bedienten
ihr bedientet
sie; Sie bedienten
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte bedient
du hättest bedient
er hätte bedient
wir hätten bedient
ihr hättet bedient
sie; Sie hätten bedient
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde bedienen
du würdest bedienen
er würde bedienen
wir würden bedienen
ihr würdet bedienen
sie; Sie würden bedienen
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde bedient haben
du würdest bedient haben
er würde bedient haben
wir würden bedient haben
ihr würdet bedient haben
sie; Sie würden bedient haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du bediene

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/bedienen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald