Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

bedekken vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: bedekken
Synoniemen: afdekken, bekleden, overtrekken, verbergen, verhullen, beslaan, toedekken, dekken, beleggen, bezaaien, bestrooien, versluieren, omhullen, maskeren, inhullen, hullen, bemantelen, verhangen, ophangen, gelasten, beschikken, behangen, afkondigen

DE: beziehen, bedecken, bekleiden, verkleiden, versehen, verdecken
EN: cover, cover up
ES: cubrir, recubrir, tapar, calcar, revestir, tapizar, forrar, cumplir con
FR: couvrir, recouvrir, remplir, exercer, se couvrir, occuper, revêtir, tapisser, décalquer

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
bedekt
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik bedek
jij bedekt
hij bedekt
wij bedekken
jullie bedekken
zij bedekken
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb bedekt
jij hebt bedekt
hij heeft bedekt
wij hebben bedekt
jullie hebben bedekt
zij hebben bedekt
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik bedekte
jij bedekte
hij bedekte
wij bedekten
jullie bedekten
zij bedekten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had bedekt
jij had bedekt
hij had bedekt
wij hadden bedekt
jullie hadden bedekt
zij hadden bedekt
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal bedekken
jij zult bedekken
hij zal bedekken
wij zullen bedekken
jullie zullen bedekken
zij zullen bedekken
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal bedekt hebben
jij zult bedekt hebben
hij zal bedekt hebben
wij zullen bedekt hebben
jullie zullen bedekt hebben
zij zullen bedekt hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou bedekken
jij zou bedekken
hij zou bedekken
wij zouden bedekken
jullie zouden bedekken
zij zouden bedekken
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou bedekt hebben
jij zou bedekt hebben
hij zou bedekt hebben
wij zouden bedekt hebben
jullie zouden bedekt hebben
zij zouden bedekt hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
bedek

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/bedekken

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English