NL: beconcurrerenSynoniemen: concurreren, wedijveren
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
beconcurreerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik beconcurreer jij beconcurreert hij beconcurreert wij beconcurreren jullie beconcurreren zij beconcurreren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb beconcurreerd jij hebt beconcurreerd hij heeft beconcurreerd wij hebben beconcurreerd jullie hebben beconcurreerd zij hebben beconcurreerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beconcurreerde jij beconcurreerde hij beconcurreerde wij beconcurreerden jullie beconcurreerden zij beconcurreerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had beconcurreerd jij had beconcurreerd hij had beconcurreerd wij hadden beconcurreerd jullie hadden beconcurreerd zij hadden beconcurreerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal beconcurreren jij zult beconcurreren hij zal beconcurreren wij zullen beconcurreren jullie zullen beconcurreren zij zullen beconcurreren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal beconcurreerd hebben jij zult beconcurreerd hebben hij zal beconcurreerd hebben wij zullen beconcurreerd hebben jullie zullen beconcurreerd hebben zij zullen beconcurreerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou beconcurreren jij zou beconcurreren hij zou beconcurreren wij zouden beconcurreren jullie zouden beconcurreren zij zouden beconcurreren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou beconcurreerd hebben jij zou beconcurreerd hebben hij zou beconcurreerd hebben wij zouden beconcurreerd hebben jullie zouden beconcurreerd hebben zij zouden beconcurreerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
beconcurreer
|