NL: beantwoordenSynoniemen: antwoorden, overeenkomen, voldoen, responderen, vergelden
DE: beantwoorden (antwoorden): beantworten, antworten, erwidern, entgegnen
EN: beantwoorden (antwoorden): answer, respond, reply, react
ES: beantwoorden (antwoorden): responder, contestar, responder a
FR: beantwoorden (antwoorden): répondre, répondre à, répliquer, riposter, réagir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
beantwoord
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik beantwoord jij beantwoordt hij beantwoordt wij beantwoorden jullie beantwoorden zij beantwoorden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb beantwoord jij hebt beantwoord hij heeft beantwoord wij hebben beantwoord jullie hebben beantwoord zij hebben beantwoord
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beantwoordde jij beantwoordde hij beantwoordde wij beantwoordden jullie beantwoordden zij beantwoordden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had beantwoord jij had beantwoord hij had beantwoord wij hadden beantwoord jullie hadden beantwoord zij hadden beantwoord
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal beantwoorden jij zult beantwoorden hij zal beantwoorden wij zullen beantwoorden jullie zullen beantwoorden zij zullen beantwoorden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal beantwoord hebben jij zult beantwoord hebben hij zal beantwoord hebben wij zullen beantwoord hebben jullie zullen beantwoord hebben zij zullen beantwoord hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou beantwoorden jij zou beantwoorden hij zou beantwoorden wij zouden beantwoorden jullie zouden beantwoorden zij zouden beantwoorden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou beantwoord hebben jij zou beantwoord hebben hij zou beantwoord hebben wij zouden beantwoord hebben jullie zouden beantwoord hebben zij zouden beantwoord hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
beantwoord
|