Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

NL: beamen

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
beaamd

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik beaam
jij beaamt
hij beaamt
wij beamen
jullie beamen
zij beamen

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
dat ik beaam
dat jij beaamt
dat hij beaamt
dat wij beamen
dat jullie beamen
dat zij beamen

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb beaamd
jij hebt beaamd
hij heeft beaamd
wij hebben beaamd
jullie hebben beaamd
zij hebben beaamd

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik beaamde
jij beaamde
hij beaamde
wij beaamden
jullie beaamden
zij beaamden

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
dat ik beaamde
dat jij beaamde
dat hij beaamde
dat wij beaamden
dat jullie beaamden
dat zij beaamden

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had beaamd
jij had beaamd
hij had beaamd
wij hadden beaamd
jullie hadden beaamd
zij hadden beaamd

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal beamen
jij zult beamen
hij zal beamen
wij zullen beamen
jullie zullen beamen
zij zullen beamen

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal beaamd hebben
jij zult beaamd hebben
hij zal beaamd hebben
wij zullen beaamd hebben
jullie zullen beaamd hebben
zij zullen beaamd hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou beamen
jij zou beamen
hij zou beamen
wij zouden beamen
jullie zouden beamen
zij zouden beamen

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou beaamd hebben
jij zou beaamd hebben
hij zou beaamd hebben
wij zouden beaamd hebben
jullie zouden beaamd hebben
zij zouden beaamd hebben

Gebiedende wijs
beaam


Voorbeelden

  1. Het restaurant kan in een mum van tijd omgebouwd worden naar een vergaderruimte compleet met beamer en scherm
  2. De beamer funcioneert niet.

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden