NL: basketballen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebasketbald
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik basketbal jij basketbalt hij basketbalt wij basketballen julie basketballen zij basketballen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gebasketbald jij hebt gebasketbald hij heeft gebasketbald wij hebben gebasketbald julie hebben gebasketbald zij hebben gebasketbald
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik basketbalde jij basketbalde hij basketbalde wij basketbalden julie basketbalden zij basketbalden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gebasketbald jij had gebasketbald hij had gebasketbald wij hadden gebasketbald julie hadden gebasketbald zij hadden gebasketbald
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal basketballen jij zult basketballen hij zal basketballen wij zulen basketballen julie zulen basketballen zij zulen basketballen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebasketbald hebben jij zult gebasketbald hebben hij zal gebasketbald hebben wij zulen gebasketbald hebben julie zulen gebasketbald hebben zij zulen gebasketbald hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou basketballen jij zou basketballen hij zou basketballen wij zouden basketballen julie zouden basketballen zij zouden basketballen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebasketbald hebben jij zou gebasketbald hebben hij zou gebasketbald hebben wij zouden gebasketbald hebben julie zouden gebasketbald hebben zij zouden gebasketbald hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
basketbal
|