NL: barstenSynoniemen: knappen, openspringen, stikken, krakken, scheuren, losspringen, sprongen, uiteenspringen
DE: barsten (kunnen stikken): zerspringen, platzen, bersten
EN: barsten (kunnen stikken): drop dead, go to hell
ES: barsten (kunnen stikken): ávete a la mierda!, áque te revientes!
FR: barsten (kunnen stikken): foutre, crevasser, éclater, casser, briser, crever, rompre, fendre, fracasser, se fendre, se fissurer, se fêler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebarsten
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik barst jij barst hij barst wij barsten jullie barsten zij barsten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben gebarsten jij bent gebarsten hij is gebarsten wij zijn gebarsten jullie zijn gebarsten zij zijn gebarsten
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik barstte jij barstte hij barstte wij barstten jullie barstten zij barstten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was gebarsten jij was gebarsten hij was gebarsten wij waren gebarsten jullie waren gebarsten zij waren gebarsten
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal barsten jij zult barsten hij zal barsten wij zullen barsten jullie zullen barsten zij zullen barsten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebarsten zijn jij zult gebarsten zijn hij zal gebarsten zijn wij zullen gebarsten zijn jullie zullen gebarsten zijn zij zullen gebarsten zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou barsten jij zou barsten hij zou barsten wij zouden barsten jullie zouden barsten zij zouden barsten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebarsten zijn jij zou gebarsten zijn hij zou gebarsten zijn wij zouden gebarsten zijn jullie zouden gebarsten zijn zij zouden gebarsten zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
barst
|